Artikelen
Wij zouden graag zien dat het kwalitatieve uit reguliere en alternatieve gezondheidszorg op basis van wederzijds respect ten behoeve van de belangen van individuen en de samenleving optimaal en gelijkwaardig met elkaar samenwerken. Beide richtingen hebben eigen kwaliteiten en in beide komen zaken voor die aan de kaak gesteld moeten worden. Bij het bespreken hiervan kunnen wij niet om onze eigen positie heen; wij kiezen voor een alomvattender benadering dan aan de orde is in de reguliere zorg en hebben daar onze redenen voor. Als gevolg daarvan zal de kritiek op de reguliere zorg uitgebreider aan bod komen. Wij beseffen dat dat te maken heeft met onze eigen vooraf ingenomen positie.
§ 1. (on)Machtsposities in de gezondheidszorg;
‘zorgen voor zieken’ .
Voor ik uitgebreider inga op de mankementen in de huidige
overheersende gezondheidszorg, wil ik allereerst mijn respect
uitspreken voor de vele betrokken, hard werkende, het beste
willende artsen en andere werkers in de reguliere gezondheidszorg.
Het is jammer dat ze zeer eenzijdig materialistisch geïndoctrineerd zijn, maar hun intenties verdienen respect. De kritiek is vooral
een aanklacht richting het machtsmisbruik van de farmaceutische
industrie die via haar invloed bij medische tijdschriften
en de reguliere instituties, als daar zijn, medische adviescolleges van ziekenfondsen en patiëntenverenigingen en het zeer conservatieve KNMG alternatieve benaderingen via de overheid dwarsboomt of laat verbieden. Het is niet voor niets dat er een vereniging van dissidente artsen bestaat, en dat in navolging van Engeland er een tijdschrift verschijnt met als titel "Medisch dossier; Wat artsen je niet vertellen"
(Bentota, Rotterdam). Het zijn niet de slechtste artsen, die zich na een aantal jaren praktijkvoering gaan bekwamen in één of meer alternatieve benaderingen. Zij komen doorgaans tot die stap, omdat zij merken dat de reguliere werkwijze vaak niet diep genoeg gaat, niet veel verder komt dan zalf kwakken en pleisters plakken.
Om bij het opkomen van de natuurwetenschappen serieus genomen te worden, moesten de menswetenschappen zich aanpassen aan het materialistische wereldbeeld. Menszijn werd gereduceerd tot een samenspel van chemische processen. De officiële geneeskunde heeft daarbij de mens als samenspel van veel meer aspecten (lichamelijke én emotionele én mentale én sociale én zingevingaspecten) uit het oog verloren. De medici gingen steeds meer het alleenrecht op genezen claimen. De mensen werden ontdaan van hun natuurlijke mogelijkheden om zichzelf te genezen. Bovendien heeft ze de overal aanwezige kennis van kruiden en andere belangrijke benaderingen links laten liggen of erger nog verketterd en belachelijk gemaakt. Zo zijn veel mensen afhankelijk gemaakt van artsen en medicijnen en niet meer zelf actief betrokken bij hun gezondheid. Veel patiënten zijn daar zo aan gewend geraakt, dat ze nu graag de verantwoordelijkheid voor hun gezondheid bij de arts leggen.
Het moge duidelijk zijn dat de farmaceutische industrie dat ook graag zo wil houden. Het is dergelijke bedrijven louter en alleen om winst te doen. In 2003 bijvoorbeeld gaf de farmaceutische industrie meer uit aan marketing en reclame dan aan research naar nieuwe geneesmiddelen. (Lees eventueel het boek van J. Bouma over de praktijken van geneesmiddelenfabrikanten) Onlangs verscheen een rapport waaruit blijkt dat allerlei voor de derde wereld belangrijke medicijnen uit het fabricageproces zijn genomen, omdat ze niet genoeg winst opleveren. Van de twaalfhonderd nieuwe geneesmiddelen die de laatste jaren zijn ontwikkeld, zijn er dertien voor ziekten die vooral in ontwikkelingslanden voorkomen. Het meest gezaghebbende medische tijdschrift ‘The Lancet’ kan niet eens bestaan zonder sponsoring [advertenties en (veel erger) advertorials] van deze winstwolven in schaapskleren. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt, is een oude wijsheid. Kruiden die mensen zelf kunnen kweken en bereiden moeten dus met alle geweld in een verdachtenbankje terecht komen. Ook aan de universiteiten is de invloed van deze markt groot en individuele artsen hebben het te druk om in de berg van informatie die op hun bureau terecht komt, feiten van reclame te scheiden, temeer daar veel ‘onderzoekers’ betaald worden door diezelfde farmaceutische industrie. Bovendien komen er steeds weer gegevens boven water over bedenkelijke marketingpraktijken in de richting van de voorschrijvende club.
Deze handelwijze wordt helaas gesanctioneerd door regering, verzekeraars en ziekenfondsen (geadviseerd door overwegend zeer conservatieve medische adviescolleges), zodat essentiële veranderingen moeilijk zijn. Zelfs als mensen uit hun eigen disciplines (Smalhout, Houtsmuller, Stevenson, Moolenburgh e.v.a.) met fundamentele kritiek komen, of aantonen dat andere benaderingen dan die chemische oorlogsvoering meer resultaat opleveren, zónder allerlei bijwerkingen, dan reageert de beroepsgroep in feite als een sekte; ‘alles en iedereen die niet kritiekloos onze geloofsovertuiging accepteert, moet een (figuurlijk) kopje kleiner worden gemaakt.’ Mensen die niet uit de eigen beroepsgroep komen, worden meteen als charlatan weggezet.
De huidige geneeskunde isoleert het lichaam van de rest. Binnen dat lichaam wordt dan veelal ook nog eens elk onderdeel afzonderlijk bekeken en ‘behandeld’. Onderzoek dat emotionele en andere variabelen [zoals bijv. zingeving of voeding (in de breedste betekenis van dit woord, dus ook alles dat we innemen op mentaal en emotioneel, psychisch vlak)] in het totaal wil betrekken, wordt door het merendeel nog steeds als waardeloos beschouwd. Bijna iedereen kent wel het langdurige verzet van de meeste traditionele artsen tegen het idee dat ziekte psychosomatisch zou kunnen zijn. Die kentering heeft overigens eindelijk wel doorgezet. Maar dat ziek zijn zou kunnen voortkomen uit gebrek aan zicht op de spirituele betekenis van leven wordt daar nog steeds volledig belachelijk gevonden (enkele uitzonderingen daargelaten). [ Onderzoek volgens normale wetenschappelijke standaarden heeft inmiddels echter overtuigend aangetoond dat meditatie, handoplegging, bidden (ook als de cliënt daar geen weet van heeft), enz. genezingsprocessen aanmerkelijk verbetert. (Lees: Lynn Mc Taggart)]
Men heeft vooral drie deelgebieden geëxploreerd en technologisch
verfijnd; diagnose, medicijnen en chirurgie. Daarbij kijkt men
vrijwel uitsluitend naar symptomen, die men bestrijden moet. Dé oorzaak van ziekte legt men bij de micro-organismen,
die ons -zo maar- aanvallen en ziek maken. Kan men deze niet als veroorzakers aanwijzen, zoals bij kanker, multiple sclerose e.d. dan wordt het etiket ‘oorzaak onbekend’ opgeplakt, omdat men vanuit de zelf gekozen geïsoleerde positie niet of nauwelijks
verder kan kijken dan die symptomen.
Daarbij speelt een rol dat allerlei maatschappelijke belangengroepen) dat
graag allemaal zo willen houden. [farmaceutische
industrie, medische apparatuur verkopende bedrijven, bedrijven
die met goedvinden van de overheid ons voedsel mogen bederven {verven (kleurstoffen), van parfum voorzien (geurstoffen),
aantoonbaar schadelijke stoffen ( E-nummers) toevoegen (zeker voor wat betreft hun cumulatieve effecten en hun invloeden
in de groeifase)}, bedrijven die met genetisch manipuleren zeggen bevolkingsbelangen te dienen, maar in feite alleen in meer winst en afhankelijkheid van boeren geïnteresseerd zijn, en de enorme industriële belangen rond de massadistributie van geraffineerde suikers (alleen al het reclamebudget van de firma coca-cola is per jaar even groot als de totale Nederlandse begroting]
Men heeft echter weinig gedaan om de algemene gezondheid van de bevolking te verbeteren en
om de fundamentelere oorzaken te vinden. (Toen Prof. Smalhout na gedegen onderzoek constateerde dat de reguliere gezondheidszorg
0% bijdrage had geleverd aan de algemene verbetering van de gezondheid, viel de hele medische wereld over hem heen.
Niet omdat ze de resultaten van zijn onderzoek bestreden, die kenden zij eigenlijk ook al wel, maar omdat ‘hij het eigen nest bevuilde’.) Vaak wordt ten onrechte geschermd met het feit dat de gemiddelde leeftijd toch maar enorm is toegenomen [van ± 35 jaar in voorgaande eeuwen tot ± 75 jaar nu (in het rijke deel van de wereld)].
Men ‘vergeet’ dan handig dat dat vooral aan andere factoren ligt:
• Enorme verbetering van de algemene hygiëne, met als gevolg;
• Terugdringing van de gigantische babysterfte,
die het gemiddelde enorm drukte;
• En verbetering van erbarmelijke werkomstandigheden (hier)
voor met name de arbeiders.
Prof. Barnard (eerste harttransplantatie): "De belangrijkste uitvinding
met betrekking tot de toename van de algemene levensverwachting in het westen is de uitvinden van de water gespoelde toiletpot met aansluiting op riolering." De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) berekende dat bepaalde ziektes tegenwoordig veel vaker voorkomen dan vroeger (rond 1920 bijv.):
• hart- en vaatziekten....14 maal;
• reumatische ziekten....17 maal;
• kanker....................... 20 maal;
• vetzucht..................... 35 maal;
• allergieën.................. 70 maal.
Terwijl er 0% teruggang van ziekte is waar te nemen, heeft er wel een verschuiving plaats gevonden van epidemische ziekten naar kanker, hart- en vaatziekten en psychische ziekten. [Hoewel het resistent worden van allerlei bacteriën en virussen en de aidsexplosie weer een andere kant op wijzen. De rol van de farmaceutische
industrie met haar antibiotica (betekent terecht ‘tegen het leven’) wordt hier wel heel erg duidelijk.] De symptomen zijn dus veranderd. Helaas maken veel medicijnen (met name antibiotica) de eigen afweer
‘overbodig’ én kapot. Daardoor verliest het lichaam het vermogen om
voor zichzelf te zorgen. Bovendien hebben veel medicijnen bijwerkingen, die in een aantal gevallen zelfs ernstiger zijn dan de kwaal waartegen ze werden voorgeschreven. De meeste medicijnen genezen helemaal niets. [Zelfs ex-minister Borst gaf onlangs in een
interview toe, dat in 80% van de gevallen, waarin medicijnen worden voorgeschreven, deze middelen helemaal geen invloed hebben op
het verdere verloop, maar dat het het lichaam zelf is, dat ook zonder deze toevoegingen, met enig geduld voor herstel zou hebben gezorgd. Slechts één op de tien mensen
geneest dankzij medisch ingrijpen. En terwijl zij dat dus weet, zeurt ze vooral over de prijzen van die lapmiddelen en probeerde zij
alles wat in haar vermogen ligt om middelen zonder bijwerkingen te laten verbieden.]
In plaats daarvan camoufleren veel medicijnen de ziekteverschijnselen, waardoor de ziekte wat dragelijker wordt, en/of , wat veel erger is, elimineren zij alleen de uiting van de ziekte, zodat de oorzaken ondergronds doorwoekeren. Na een tijd treedt dan of dezelfde ziekte
weer op, of hebben de oorzaken een andere signaal-mogelijkheid gevonden, wat dan een andere ziekte genoemd wordt, omdat de samenhangen uit het oog verloren zijn. Dr. H. Moolenburgh noemt dat 'de medische verschuifkunde'.
Op het moment dat er ergens in de alternatieve gezondheidszorg ook
maar iets fout gaat, valt onmiddellijk de hele medische beroepsgroep (en een groot deel van de media) over de gehele alternatieve zorg heen. Blijkbaar is men daar nog niet in staat onderscheid te maken. Bovendien zou het goed zijn als men eens kritischer
naar het eigen mis-handelen keek. Een universitaire opleiding
blijkt in ieder geval geen enkele garantie te bieden voor
kwalitatief handelen. Er vallen vele tientallen pagina’s te vullen met wat er allemaal fout zit in de reguliere verslaving
aan symptoombestrijding. Dat ga ik u niet aandoen. Als u echt geïnteresseerd bent, kunt u (o.a. via internet)
massa’s van dergelijke gegevens vinden.
• Het allereerste moderne kwaliteitskenmerk van zorg is dat zij is afgestemd op de belevingswereld van de cliënt. (Waar vraagsturing
steeds meer wordt gezien als wenselijk al helemaal.) Uit divers onderzoek blijkt dat bij therapie vooral de volgende
non-specifieke factoren (in die volgorde) het meest werkzaam zijn:
• De therapeutische relatie (affectie, empathie en betrokkenheid, overeenstemming over taken en doelen).
• Ervaringsgericht leren (eigen inzichten en acties van de cliënt en confrontatie).
• Het verleden bezien vanuit het heden met het oog op de toekomst.
• De therapeut moet dus de belevingswereld van de cliënt kunnen
aanvoelen . . . en . . serieus nemen.
Afstemming is eis nummer één.
In de huidige reguliere gezondheidszorg worden metafysische, onstoffelijke aspecten en buitenzintuiglijke waarneming vrijwel
uitsluitend afgedaan als fantasie en confabulatie. In psychologie
en psychiatrie, in wat algemeen ten onrechte wordt aangeduid als geestelijke gezondheidszorg (omdat men daar in feite het bestaan van ‘geest’ ontkent), wordt psyche niet in verband gebracht met ‘ziel’. ‘Moderne’ psychologie kent geen ziel. Psychisch leven wordt (helaas steeds meer) gezien als de resultante van elektrisch/biochemische processen in de hersenen en houdt dan dus op
met de dood. In die opvatting hoort psychologie zich eigenlijk alleen bezig te houden met die aspecten van menszijn
die meetbaar zijn in een laboratorium.
De dominante definitie in universitaire kringen voor het begrip psyche is:‘het totaal van veronderstelde innerlijke processen en verrichtingen als verklaring voor gedrag als meetbare respons’. De commissie Verhagen constateert:“De gangbare doelstelling van psychotherapie is symptoomreductie en symptoombestrijding”. (Niet genoemd worden dus: het opsporen van oorzaken en het voorkomen van herhaling en het verbeteren van levenskwaliteiten, of het bevorderen van keuzevrijheid,
of het helpen vinden van betekenis.)
Volgens de raad voor de volksgezondheid schiet de geestelijke gezondheidszorg ernstig tekort in de afstemming t.o.v. allochtone cliënten. Bij de meesten van hen is van een geheel andere beleving van de werkelijkheid sprake. Daar moet aan worden toegevoegd dat dat ook geldt voor veel autochtonen. Volgens ± 70 % van de bevolking
is een mens niet alleen maar een
elektrisch/biochemische machine, maar is er iets
dat veel essentiëler is en dat algemeen wordt aangeduid met ‘ziel’. Van de Nederlandse bevolking zegt op dit moment 11% er zeker van te zijn dat reïncarnatie bestaat en houdt nog eens 13 % dat voor een serieuze mogelijkheid. Ook voor hen houdt het leven dus niet op met de dood.
Bezielde cliënten vragen om een bezielde afstemming. De louter rationele definiëring van ‘psyche’ in de reguliere zorg
is daartoe absoluut te eenzijdig. Mensen ervaren de werkelijkheid op een eigen subjectieve manier. Dat is geen terugval naar een primitievere manier van mentaal functioneren, maar een volledigere manier van zijn. Dat vereist van een therapeut dat hij zich verdiept in de eigen subjectiviteit en vooroordelen en stereotypen.
• De meeste psychologen / psychiaters zijn nauwelijks
of geheel niet bereid die belevingswereld van de cliënten
serieus te nemen. Men hoort vaak wel minzaam (lees: met arrogante minachting), maar luistert niet echt en wil al helemaal niet meegaan in ideeën en verklaringen die afwijken van de universitaire materialistische indoctrinatie die men zelf achter de rug heeft.
V.d. Hart: “De geestelijke volksgezondheid is onvoldoende vertrouwd met stoornissen waarin psychisch trauma een centrale rol speelt. Er wordt te weinig bezien of er sprake is van een traumatische voorgeschiedenis
bij mensen die hulp zoeken voor psychische
of psychosomatische klachten. Te weinig therapeuten zijn geschoold (geïnteresseerd) in gerichte behandeling van cliënten
met aan traumatische ervaringen gerelateerde klachten."
• Volgens de gezondheidsraad gebeuren er in de reguliere zorg
jaarlijks ongeveer 800 ernstige en verwijtbare fouten, die getraceerd kunnen worden. Volgens de gezondheidsjurist
en medisch advocaat Mr. Verkruisen sterven jaarlijks
in Nederland naar schatting drieduizend mensen door dergelijke medische fouten; dat zijn acht mensen per dag.
Dat zijn er ongeveer drie maal zo veel dan in het verkeer. Volgens Prof. Smalhout heeft dit cijfer vooral te maken met het ontstane lopende-band-werk, waarin missers worden veroorzaakt door onoplettendheid, achteloosheid, gemakzucht en blinde routine.
• Van de patiënten in de Nederlandse ziekenhuizen ligt ruim 15 % daar als gevolg van de bijwerkingen van 'medicijnen';
ruim 15 %.
• Zeer veel patiënten in de reguliere zorg klagen over een onpersoonlijke benadering, te snel voorschrijven van medicamenten zonder dat men goed gehoord is en het chanteren van patiënten, zelfs na een lange vruchteloze behandeling, indien zij hun heil willen gaan zoeken bij een alternatief ('Indien u die weg gaat, mag u bij mij niet meer aankloppen'.)
• In Nederland sterven ongeveer 200 personen per jaar aan het gebruik (jawel) van pijnstillers van de drogist; daar hoor je niemand over.
• Nog steeds worden allerlei fouten in de reguliere zorg snel toegedekt en/of ontkend door elkaar de hand boven het hoofd houdende collega's. De burgerij moet vooral ook niet ongerust gemaakt worden. Vaak gebeurt dat omdat verzekeringsmaatschappijen hun verbieden hun fouten gewoon ruiterlijk te erkennen.
• Nog steeds wordt jaarlijks gewerkt met bewezen ineffectieve, peperdure en veel letsel en risico met zich meebrengende 'therapieën', zoals harttransplantatie, chemotherapie en een deel van de bestralingen, waarvan in ieder geval niet is aangetoond dat zij de levenskwaliteit verhogen; integendeel. Deze behandelingen zijn enorm duur (een chemokuur kost ± € 35.000,-- alleen voor het stofje dat misschien de tumor een beetje remt). Daar wordt door industriëlen enorm veel aan verdiend. Voor dezelfde kosten zijn in de derde wereld meer dan het honderdvoudige aan levens op een lange, zinvolle en kwalitatieve manier te verlengen. Men doet dan vaak alsof er een leven 'gered' is. Er wordt geen enkel leven gered, omdat het sterven van het stoffelijke lichaam (gelukkig) onvermijdelijk is. [Met dit voorbeeld over extreem dure behandelwijzen wil ik niet zeggen dat we hier mensen zo maar moeten laten sterven. Maar uitgaande van de gelijkwaardigheid van alle mensen is een serieuze discussie over de grenzen van wat wij hier zouden moeten willen echter wel op zijn plaats, ook al zal dat wel op veel onbegrip en/of onwil (lees: 'angst') stuiten.]
• Enige tijd terug heeft men reclame gemaakt voor orgaandonatie (men noemde dat zeer onterecht voorlichting en discussie), zonder naar voren te brengen welke inmiddels bewezen bezwaren daar tegenin te brengen zijn. Er zijn allerlei medicamenten (met vaak ernstige bijwerkingen) 'nodig' om afstoting te voorkomen. Bovendien komen er steeds meer gegevens boven tafel die aantonen dat men niet alleen een orgaan overneemt, maar ook de psychische 'neerslag' die tot allerlei karakterstoornissen leidt. [Dat sluit uitstekend aan bij gegevens uit andere pagina's van dit web.]
• In wat men, meestal ten onrecht, de geestelijke gezondheidszorg noemt, is de situatie mogelijk nog erger, omdat men het bestaan van geest ontkent en er eigenlijk vooral op uit is mensen aan te passen aan een samenleving en een arbeidsklimaat die ziekmakend zijn. De grootste stroming in de psychologie gaat er nog steeds van uit dat je mensen vooral/alleen anders moet conditioneren (africhten dus). Een bevriend psychiater zegt dan tegen mij dat ik makkelijk praten heb. Hij werkt bij een Riagg en moet patiënten na 50 minuten laten gaan. "Zo kán ik ook niet echt de diepte in en verder gaan dan een mentale benadering", zegt hij. Natuurlijk heb ik helemaal niet zo makkelijk praten. In de eerste plaats is het zijn eigen keuze om bij een instelling te werken die hem in zo’n dwangbuis stopt en dat ook nog te accepteren. In de tweede plaats krijgt hij voor die oppervlakkige omgang met patiënten een goed salaris, terwijl ik, tegen de druk van het reguliere machtsmisbruik in, moet sappellen om rond te komen. Wat echter veel erger is, is dat je kunt afstuderen als regulier psycholoog of psychiater of psychotherapeut zonder langdurig en systematisch en diepgaand onderzoek gedaan te hebben naar de eigen angst, agressie, verdriet, blijheid, driften en extase. Omdat de wet van de resonantie laat zien dat zaken van gelijke frequentie meetrillen, durft men dan met een patiënt niet die dieptes in te gaan, omdat men (onbewust) doodsbang is voor de eigen onverwerktheden. (Dat zal men in die kringen overigens niet erg gemakkelijk herkennen en erkennen.) Een typisch voorbeeld (uit vele) daarvan betrof één van mijn cliënten die voor dat ze bij mij kwam lange tijd was opgenomen op de psychiatrisch afdeling van een ziekenhuis. Ze zat vol met heftig verdriet en boosheid i.v.m. incestueuze jeugdervaringen. Als ze op de afdeling in hevig huilen uitbarstte, kreeg ze van de psychiater te horen: "Stop daar mee, we doen hier niet aan emoties, ga maar kleien." Werken aan verwerking gebeurde helemaal niet. Voor mij heeft dat meer weg van amputatie van hele normale menselijke aspecten en van pappen en nathouden dan van therapie.
In Nederland is de Complementaire Alternatieve Gezondheidszorg (CAG) pas sinds 1997 legaal (wet op de beroepen in de gezondheidszorg). Onder andere dat heeft er toe geleid
dat het gebruik van CAG hier ver achterloopt bij verschillende
andere landen. In 1999 publiceerde het "British Medical Yournal" een onderzoek over het gebruik van CAG in een aantal landen.
Duitsland 65%
Canada 63%
Frankrijk 50%
Australië 50%
Ver. Staten 40%
Zwitserland 38%
België 30%
Finland 30%
Zweden 20%
Gr. Brittannië
18%
Nederland 15%
Gevolg is dat tussen 1980 en 1994 het aantal mensen dat alternatieve genezers bezocht verdubbelde. In 1994 was 15% van de bevolking gebruiker en vond 77% het goed dat alternatieve genezers er zijn. Erg vervelend daarbij is dat door de vrijwel afzijdige, of a-priori afwijzende houding van de overheid voor leken nauwelijks of niet is uit te maken wat daar kwaliteit is en wat niet. Bovendien moeten mensen die daar de hulp zoeken en vinden die zij in het reguliere circuit niet krijgen deze hulp meestal helemaal zelf betalen. Dat maakt deze weg voor velen onbegaanbaar en betekent dat anderen zich (en dat doen toch steeds meer mensen ondanks/dankzij die kosten) hele gewone dingen moeten ontzeggen.
Tot slot van deze paragraaf wil ik enige voorbeelden (ook weer uit een lange reeks) neerzetten over hoe doorgaans in de reguliere zorg gereageerd wordt op afwijkende activiteiten van leden van de eigen beroepsgroep. Deze afvalligen worden doorgaans zonder dialoog of onderzoek verketterd en in de ban gedaan, hetgeen het sektekarakter van de reguliere clan onderstreept. In Zuid-Limburg had ik contact met een arts die mij, als reactie op mijn verhaal over de weigering van reguliere behandelaars om serieus met mij in gesprek te treden, het volgende vertelde. "Ik ben twaalf jaar actief geweest als huisarts in een groepspraktijk met twee andere huisartsen. Gedurende de laatste jaren daarvan raakte ik steeds meer gefrustreerd, doordat ik patiënten niet echt diepgaand en blijvend bleek te kunnen helpen. Ik bekwaamde mij daarom in de acupunctuur en orthomoleculaire behandelwijzen. Na die twaalf jaar stapte ik uit die groepspraktijk en begon mijn eigen 'alternatieve' praktijk. De collega's waarmee ik al die tijd had samengewerkt, en die dus moesten weten hoe zorgvuldig ik met cliënten omga, hebben mij nooit gevraagd wat ik nu deed en waarom ik een andere richting was ingeslagen en hebben nog nooit één enkele patiënt naar mij doorverwezen, terwijl ik weet dat ook zij regelmatig vastlopen in hun frustratie over hun tekort schietend instrumentarium. Ik heb daar maar één verklaring voor: angst. Denk je nu echt dat dergelijke personen met jou, al heb je nog ze veel alternatieve studie achter de rug, in gesprek willen treden? "Een arts die zijn twaalfjarige praktijk op het spel zet voor een zeer onzekere toekomst, moet daar m.i. een gegronde reden voor hebben. Exemplarisch voor een veel voorkomende reactie is het volgende voorbeeld. Bij prof. Houtsmüller, tot dan toe een gewaardeerd specialist, wordt kanker geconstateerd in een ver gevorderd stadium. Volgens de oncologen is hij niet meer te redden en heeft hij nog maar enkele maanden te leven. Deze patiënt legt zich daar niet bij neer en gaat naarstig op zoek naar alternatieven. Die vindt hij ook, hij geneest en nu, vele jaren later, blaakt hij van gezondheid. De enige reactie van de oncologen is: "Dit betreft een zeldzaam voorkomende vorm van spontane genezing en kan niets te maken hebben met de alternatieve behandelingen die u hebt ondergaan." (De standaardreactie op genezingen vanuit de alternatieve zorg .)
Men is binnen het reguliere veld blijkbaar zo doodsbang dat men zelfs elke discussie uit de weg gaat. Stel je voor dat men zou moeten toegeven dat men al die jaren op het verkeerde paard gewed heeft, of dat men de status van 'half-god', met de daarbij behorende privileges, die men eindelijk heeft weten te kweken, zou moeten opgeven.
Verder is het schrikbarend hoe weinig belangstelling de gevestigde geneeskunde heeft voor werkelijk gezonde voeding, die nog voldoende levenskrachten bevat. De zogenaamde voedingsdeskundigen uit het reguliere circuit hebben dezelfde indoctrinaire beïnvloeding achter de rug. Onder invloed van overmatig gebruik van pesticiden en kunstmest is de overgrote meerderheid van ons dagelijks voedsel niet meer voldoende vitaal en bevat het te weinig mineralen en vitamines. Terugkeer naar biologische teelt blijkt niet alleen goed voor het milieu buiten ons. Het door industriële belangengroepen verspreide en in stand gehouden idee dat daarmee de wereldbevolking niet te voeden is, is inmiddels door studies voldoende achterhaald. [Er zou bovendien al lang een opstand hebben moeten plaats vinden tegen de 'suikerschuivers', omdat in onderzoek is aangetoond dat
geraffineerde (en dus enkelvoudige) suikers zeer schadelijk zijn
voor de gezondheid en met name voor allerlei welvaartsziekten zorgen.] [Wist u dat wij tegenwoordig 50 maal zo veel suiker gebruiken dan
120 jaar geleden; te weten gemiddeld een kilo per week.] [ Ook de tolerante houding van officiële instanties t.a.v. genetisch
gemanipuleerd voedsel is volkomen onterecht. De eerste tekenen dat ze bij kinderen allergieën veroorzaken zijn er al. Bovendien bouwt men elementen in die bij planten kanker
veroorzaken of die lijken op het bij mensen voorkomende hepatitus-B virus. Ook is volkomen onduidelijk wat de
milieugevolgen van deze 'Frankensteintechnologie' zullen zijn.] Ook het veel te veel en te vroeg en vaak volkomen overbodig inenten van kinderen (omdat het zo lucratief is voor de farmacie) met allerlei ernstige bijwerkingen moet nodig tegen een kritisch licht gehouden worden. [Verder moet er absoluut, volkomen los van de industrie, opnieuw gekeken worden naar de schadelijke effecten van de electromagnetische belasting waaraan veel mensen overmatig bloot staan (magnetron, GSM, enz.). Deze tast de celmembranen aan,
waardoor ziekteverwekkers veel makkelijker binnendringen.
§ 2. Integrale gezondheidszorg;
zorgen voor gezonden
Uitmaken wat kwaliteit heeft in de alternatieve gezondheidssector is uitermate moeilijk. Zelf zijn wij nu ruim vijfentwintig jaar actief in die sector en hebben wij, als organisator van een privaat centrum voor persoonlijke bewustzijnsontwikkeling en gezondheidszorg op holistische basis, kennis gemaakt met veel personen
die op dat terrein actief zijn. Opleiding is een criterium voor kwaliteit, maar zegt ook hier absoluut niet alles. Wij kennen alternatieve behandelaars die een brede opleidingsachtergrond hebben
en niet verder komen dan het zielloos toepassen van techniekjes, omdat werkelijk inzicht ontbreekt. Anderen leveren, zonder veel opleidingsachtergrond, prima werk. Lidmaatschap van een goed georganiseerde beroepsvereniging geeft enige beveiliging, maar is (net als in de reguliere zorg) ook geen garantie.
De meestal kleine beroepsverenigingen zijn doorgaans zelf niet in staat om goed (meestal duur) onderzoek te laten doen naar de effectiviteit van de eigen werkwijze. Daar waar verenigingen dat wel doen, worden zij zoveel mogelijk tegengewerkt door reguliere instanties(lees ook hierover L. McTaggart). Dat maakt het voor hen wel erg gemakkelijk klagen
over gebrek aan onderzoek in die sector. Van onderzoek
dat desondanks wel plaats vond en de manier waarop dat wordt gedwarsboomd, wil ik twee voorbeelden geven vanuit de beroepsvereniging waar ik zelf lid van ben; de NVRT.
Dr. R. v.d. Maessen geeft leiding aan het onderzoeksbureau van deze vereniging. [Zijn eerste onderzoek betreft satisfactie bij cliënten van NVRT-therapeuten en het rapport daarvan kan ik u ter lezing aanbevelen. [zie het artikel Reïnc.T-onderzoek of www.reincarnatietherapie.nl of het boek van v.d. Maesen en Bontenbal, vermeld in de literatuurlijst)] Voor zijn tweede onderzoek werd een problematiek gekozen waar het reguliere veld geen raad mee weet (dat laat het eenvoudigst een eventuele meerwaarde zien);
het syndroom van Gilles de la Tourette. Als onderzoeker klopt hij aan bij de patiëntenvereniging om medewerking
met als doel een grote populatie voor het onderzoek te bereiken. Het medisch adviescollege van de vereniging verbiedt echter medewerking daaraan. Via een damesweekblad vist hij vervolgens
iets meer dan twintig ‘Touretters’ op. Daar wordt in twee groepen
therapie (met een beperkte omvang) en meting op toegepast. De uitkomsten blijken gunstig; vrijwel alle deelnemers zijn bijzonder tevreden over de geboden therapie en bij een flink aantal deelnemers is er sprake van een duidelijke verbetering van hun situatie.
Omdat de onderzoeksgroep erg klein bleef, is de onderzoeker erg voorzichtig met het trekken van conclusies, maar de resultaten
zouden, schrijft hij, minstens aanleiding moeten zijn voor verder onderzoek. Dat wordt opnieuw geblokkeerd door
de medische adviesgroep met de opmerking dat je dit onderzoek vanwege de geringe populatie niet serieus kunt nemen. De pertinente onwil is zo wel duidelijk, dunkt me. In zijn derde onderzoek richt hij zich in het kader van universitaire
promotie eveneens op een thema waar men regulier
niet mee uit de voeten kan; stemmenhoorders. Ook hier volgt een onderzoek volgens normale universitaire maatstaven met hoopgevende resultaten. Omdat de therapievorm Reïncarnatietherapie heet, durfde echter niemand van de professoren aan de unversiteit daar zijn/haar naam aan te verbinden,
zodat die promotie nu pas (2006), na vele jaren van tegenwerking,
heeft kunnen plaats vinden.
Daarom zou de overheid middelen ter beschikking moeten stellen
voor goed effectonderzoek dat recht doet aan de andere visie
op levensprocessen. Dat vereist onder andere dat andere manieren van waardebepaling dan het louter materialistische telbaarheidsaxioma van de materiewetenschappers worden geaccepteerd. Vaststellen bijv. dat een homeopathische verdunning geen moleculen van de oorspronkelijke middelen meer kan bevatten, lijkt wel leuk voor scepsisfundamentalisten, maar zegt niets
over de al lang aangetoonde effectiviteit bij mensen én dieren. Dat laatste sluit placeboeffecten uit, iets wat de alternatieven
vaak verweten wordt, maar door de regulieren in hun eigen praktijk
veelvuldig wordt toegepast en toegejuicht (volgens onderzoek debet aan ± 30% van hun genezingsresultaat).
Van de alternatieve behandelaars eisen dat ze over medische
basiskennis beschikken, zonder daar overigens ook maar iets van erkenning of vergoeding via ziektekostenverzekeraars tegenover te stellen, gaat ten onrechte uit van de arrogante superioriteitswaan van de reguliere benadering. Voorgaande alinea's maken mijns inziens
duidelijk genoeg dat er zelfs alle reden is om de reguliere aanpak fragmentarisch te noemen. Daarom is het m.i. ook niet terecht om alternatieve benaderingen additief (aanvullend) te noemen. In de volgende alinea’s hoop ik duidelijk te maken dat de betere alternatieven van een veel ruimer concept van de werkelijkheid uitgaan en dat de reguliere materialistisch
bewustzijnsvernauwing daarbínnen hooguit een onderdeel bestrijkt.
Regulier en alternatief moeten minstens als gelijkwaardige mogelijkheden naast elkaar gezet worden.
De meeste ‘alternatieve’ geneeswijzen zijn gebaseerd op de idee, dat de totaliteit meer is dan de som van de delen. Voor het begrijpen van het grote verband van die totaliteit is het natuurlijk noodzakelijk de vele aspecten van de samenstellende delen goed te kennen. Belangrijker echter is het die onderdelen niet te isoleren en te beschouwen als onafhankelijke delen. Zij moeten voortdurend gezien worden vanuit hun samenhang met het geheel, waarin de spirituele betekenis het belangrijkst is. In deze benadering wordt gezondheid niet gezien als slechts de afwezigheid van ziekteverschijnselen. Gezondheid is dan een graduele aanduiding. Er bestaan graden van gezondheid, die wordt gezien als een balans van fysieke, emotionele,
psychische, filosofische, sociale en spirituele aspecten van het leven. Wanneer dat evenwicht verstoord is, is ziekte daarvan een gevolg. Geen van de genoemde deelgebieden kan daarbij
worden geïsoleerd van de andere. Zij gaan er van uit dat de oorzaak van ziekte vooral in de mens zelf gezocht moet worden en in zijn relatie met zijn omgeving. De ziekte kan wel actueel worden door uitwendige oorzaken (een bacil, een virus, enz.)
maar deze krijgen alleen kansen door de al verstoorde evenwichtssituatie in het individu. De belangrijkste factoren voor een goede gezondheid
liggen in de eerste plaats bij iemands manier van denken en vervolgens bij zijn persoonlijke gewoontes ten aanzien van: tevredenheid, bezorgdheid, kwaadheid, angst, verdriet, vreugde, liefde, vriendschap, lichamelijk contact, beweging, eten, drinken, opname van gehoors- en visuele indrukken, druggebruik (incl. alcohol, medicijnen, koffie, suiker) en dergelijke. Als dit juist is, moeten we dus de veronderstelling dat we niets kunnen doen tegen organismen die ons zo maar aanvallen, laten varen. Dan moeten wij weer de verantwoordelijkheid voor onze eigen gezondheid erkennen en wordt de rol van het individu een actieve. Daarom gaat hier logischerwijs veel aandacht naar het voorkomen van ziekteverschijnselen. De gezondheidszorg
is dan een zorgen voor gezonden i.p.v. ‘zorgen voor zieken’.
Opvoeden en onderrichten spelen daarom een belangrijke rol
in de behandeling. Het is de taak van de geneeskundige om de patiënt kennis bij te brengen en gereedschap aan te dragen, waarmee deze zelf een positieve verandering tot stand kan brengen.
Dat kost wel tijd. Bovendien zijn de natuurlijke geneesmiddelen die zij voorschrijven trager dan de medicijnen van de allopaath. Dit komt o.a. omdat die middelen meer inwerken op het geheel en veelal bedoeld zijn om het eigen genezingsvermogen van het organisme te stimuleren en ook dat vraagt wat meer tijd. De resultaten zijn echter doorgaans beter en langduriger, omdat ze fundamenteler zijn. Alternatieve geneeswijzen zijn vaak zeker een verbetering
t.o.v. de gangbare medische methodes. Zij vestigen opnieuw de aandacht op de gehele mens in zijn omgeving,
doen een beroep op de verantwoordelijkheid van de mens zelf,
stimuleren diens eigen afweersysteem en helen met minder of zonder allerlei bijwerkingen. In het omgaan met de oorzaken gaan zij vele stappen verder dan de allopathie. Een extra probleem dat veel alternatieve behandelaars ontmoeten, is dat zij doorgaans werken met cliënten, die eerst al een heel circuit van allopathische onderdrukking van symptomen hebben doorlopen, waardoor enerzijds de oorspronkelijke signalen van disfunctioneren versluierd zijn geraakt onder allerlei vervormende afdekkingmechanismen en anderzijds er veel te veel tijd is verstreken sinds die eerste signalen. Daarmee zijn veel van deze ex-patiënten, die met hun ziel onder hun arm als cliënt binnenstappen al in een fase beland, waarin je de problematiek chronisch kunt noemen. Ook daardoor zal er meer tijd nodig zijn voor helen.
Veel alternatieve benaderingen zijn er, in tegenstelling tot de holistische aanpak, echter net als de allopathie op uit om ‘ziekte’ te bestrijden. Bovendien wordt ook door erg veel alternatieve genezers de samenhang met de spirituele achtergrond en daarmee met de zingeving niet werkelijk in hun werk betrokken. [Daarnaast zijn er ook nog de volgens mij pseudo-spirituele stromingen, die het ander extreem hebben verkozen en al het stoffelijke, aardse en dierlijke (en bij de mens dus vooral die gebieden die bij de onderste drie chacra’s horen) afwijzen, of in het gunstigste geval hun aanwezigheid wel willen erkennen, maar alleen voor zover zij zich laten persen in een keurslijf van hun aangeleerde opvattingen over goed en kwaad.]
In de holistische benadering gaat men er van uit dat het menselijk bestaan zinvol is, een doel heeft, nl. groei in bewustwording door middel van ervaring. In dat toenemende zelfbewustzijn, maakt het zelf een aantal fasen door, waarin het zich identificeert
met verschillende zelfconcepten, die naarmate de reis vordert steeds meer in omvang toenemen en meer inhoud, diepte, krijgen. Een entiteit krijgt d.m.v. een aantal levenslessen
de gelegenheid zich te ontplooien. Wil/kan iemand
een bepaalde les niet leren, dan krijgt hij een aantal signalen
die zijn aandacht willen vestigen op de genegeerde lee(f/r)stof. Door middel van ziekte (disharmonie) wordt dus aandacht gevraagd voor de erachter liggende ‘onzichtbare’ processen. Ook veel alternatieve geneeswijzen verzuimen ziekte dankbaar te verwelkomen als hulpmiddelen in het groeiproces.
Pas daar waar de zingevende achtergrond
in het genezingsproces wordt betrokken, mag van holistische gezondheidszorg worden gesproken. Dat betekent ook dat men elke cliënt als een uniek geheel
moet benaderen, net zo uniek als een vingerafdruk.
Dan kun je cliënten dus niet meer snel in een hokje stoppen
of van een etiketje voorzien. Dan begeleid je mensen
in plaats van ziekten te behandelen. Bij die benadering zal men niet, zoals nu gebruikelijk is, aan een zieke vragen: "Wat hebt U ?", maar "Wat mankeert U ? "Dat is dus precies het tegenovergestelde. En inderdaad mist een zieke iets; nl. in zijn bewustzijn. Was dat niet het geval, dan was hij al heel en hoefde niet geheeld te worden.
Deze opvatting sluit ook aan bij het holografische karakter van de werkelijkheid. In het oor vinden acupuncturisten de toestand van het hele organisme terug. Aan de hand van het oog stellen iriscopisten hun diagnose. Voetreflextherapeuten vinden het hele lichaam terug in de voeten. Therapeuten voor Esogetische Kleurenpunctuur kunnen aan de hand van drukmetingen aan de vingertoppen hun diagnose stellen. Maar ook het gegeven dat elke cel alle informatie van het gehele organisme bevat, sluit daarbij aan. Één van de oudste esoterische geschriften is van de hand van Hermes Tresmegistos. Hij stelt al dat elk deel het totale universum weerspiegelt, hetgeen hij samenvatte in het begrip ‘pars-pro-toto’.
Zo’n benadering zal dus niet proberen om ziekte (of ‘dood’)
uit ons leven te verdrijven, omdat ze bij het leven horen.
[De hele krampachtigheid, waarmee mensen zich vastklampen
aan hun huidige lichamelijkheid, getuigt van een gebrek aan zicht
op deze zingevende realiteit.] Holistische gezondheidszorg
zal de geboden gelegenheid dus aangrijpen om het bewustzijn te vergroten, te ontdekken wat ontbreekt, om zo het ziek zijn te ontgroeien.
Gezondheidszorg hoort dus alle aspecten te integreren. Het universitaire ‘geloof’ dat men wetenschap noemt, verwordt steeds meer van onderscheiden tot scheiden. Eindelijk beginnen sommige artsen in te zien dat ook emotionele en mentale aspecten een rol spelen. Eindelijk beginnen sommige psychologen in te zien dat voor genezing spirituele aspecten geen escapisme of misleiding, of een overmaat aan chemische stoffen in de hersenen zijn, maar in het heelwordingsproces thuis horen. Eindelijk beginnen sommige spirituele stromingen in te zien dat een gezonde spirituele ontplooiing niet goed mogelijk is zonder een gezonde lichamelijke-emotionele-mentale-existentiële integratie. De diverse benaderingen die te lang ten onrechte als tegenstrijdig werden gezien, vullen elkaar aan en zijn onderling afhankelijk. Vele jaren bezig zijn met holistische therapie, en dus met spiritualiteit, hebben duidelijk gemaakt dat voor genezing en heelheid alle aspecten noodzakelijk zijn. Die heelheid is geen statische toestand, die men voor eens en altijd bereiken kan, maar een dynamisch, voortdurend proces van evenwicht zoeken; een soort koorddansen. Wie zo de eigen verantwoordelijkheid voor genezing en heelheid van zichzelf aanvaardt en zo zijn slachtoffersyndroom loslaat, kan ervaren dat zich volledig nieuwe ervaringsgebieden openen, die een grote vreugde, vrijheid en creativiteit vrij maken. Dat (moet / mag) iedereen zelf doen. Zo leren we van de spirituele dimensies genieten, zonder onnodige bindingen aan allerlei instituties en mee te gaan met de stroom van de universele ecologie, waar we een onlosmakelijk deel van uitmaken. Alleen wie zo vrede schept in zichzelf, kan bijdragen aan vrede en harmonie in de wereld. De wereld en ik zijn één.
In het maandblad "Ode" vond ik de volgende onderzoeksresultaten. Gedwongen door het handelsembargo is Cuba aangewezen op natuurlijke kruiden en geneeswijzen. Daarmee heeft Cuba een medisch wonder verricht. Want de resultaten blijken goed en de kosten zijn laag. Een vergelijking met de Verenigde Staten, dat het duurste gezondheidsapparaat ter wereld heeft, levert de gegevens op overeenkomstig het volgende schema.
| Bruto nationaal product per inwoner | Medische kosten per inwoner | Kinder-sterfte per 100 | Levens- verwachting | Gemiddeld aantal patienten per doktor | Aids-patienten per 1.000.000 | Immuniteit 1-jarigen |
|
| V.S. | $ 35.800 | $ 4.180 | 6,5 | 77,4 | 352 | 241,2 | 95% |
| Cuba | $ 2.900 | $ 185 | 6,3 | 77 | 170 | 7,3 | 100% |