Artikelen

  • Meditatie
  • Onderzoek
  • Depressie en kanker
  • Literatuur
  • Boek: "Heel zijn Leven"
  • Holisme en Wetenschap
  • Kanker; patentgeneeskunde      & alternatieven
  • Orgaandonatie? Waarom     niet!
  • Dwarsliggers
  • Voeding en Preventie
  • Uit de praktijk

    [Omwille van de overzichtelijkheid en de omvang hebben we bij Reïncarnatietherapie voor praktijkvoorbeelden gekozen met een beperkte duur. Gemiddeld zijn daarbij meestal meer consulten (gemiddeld 6-7 sessies van  anderhalf tot twee uur) nodig. Bij veel cliënten uit de voorbeelden betrof dit tevens maar een deel van de thema’s waaraan ze hebben gewerkt.] [Wat in die voorbeelden nogal eenvoudig lijkt, gaat steeds om samenvattingen van het werken. Cliënten hebben uiteraard toestemming gegeven en zijn onherkenbaar gemaakt.]

    B. Praktijkvoorbeelden Reïncarnatietherapie.
    1. “Nee, nu niet !”
    Peter kan er niet tegen om aangeraakt te worden. Als zijn vrouw hem gewoon even wil knuffelen, raakt hij in paniek, voelt aandrang tien hoog uit het raam te springen en voelt een stekende pijn op de borst. De gedachte: “Nee, nu niet !” gaat dan door hem heen. Omdat dat steeds gebeurt, is hun huwelijk in moeilijkheden.
    Sessie 1.   Incaritueel.
    Een groep twaalfjarige jongens in witte jurken, waarvan ‘Peter’ er één is, rent over een plein. Er omheen staan ernstig kijkende mannen. ‘Peter’ valt op een gegeven moment in ‘een rode smurrie’ (is een drug, die door de huid heen werkt). Het lot moest blijkbaar iemand aanwijzen. Terwijl hij een vreemde wazige bewustzijnstoestand binnenglijdt, wordt de rest van de jongens van het plein verwijderd. De mannen naderen en één van hen roept: “Raak hem niet aan, anders krijg jij het ook !” In zijn verward bewustzijn concludeert ‘Peter’ dat het gevaarlijk is om hem aan te raken. Even later wordt op een altaar zijn hart eruit gesneden, terwijl hij nog leeft (stekende pijn op de borst). 
    Sessie 2.   Midden-Europees.
    Peter beleeft dit keer een leven als vrouw, alleen aan de rand van een bos. Zij ziet weinig mensen en heeft alleen af en toe contact met de smid uit een dorp op enige afstand. Op een gegeven moment is ze zwanger en krijgt een zoon (was voor de mannelijke cliënt een zeer indringende ervaring). Uitgerekend een dag later komt de smid op bezoek. Die heeft al een vrouw met kinderen en ziet dit dus niet zitten. Hij vermoordt het kind en daarna de moeder, die tijdens het sterven (zeer ingriffend moment) roept: “Raak me niet aan !” (Dit aanraken leidt tot de dood.)
    Sessie 3.   Prenataal.
    Terwijl Peter’s moeder zwanger van hem is, weert ze herhaaldelijk vader af. Die benadert haar steeds dronken voor sex. Zij gebruikt dan de woorden: “Nee, nu niet !”  Peter neemt op basis van zijn eigen al aanwezige overgevoeligheid rond het thema aanraking, deze afweer van moeder over. Zó wordt leren, dat aanraken ook veilig kan zijn een thema voor zijn huidige leven.
    Door het ontstane inzicht rond oorzaken en gevolgen en het therapeutische werk bij elk van de sessies, is de paniek en de pijn op de borst bij aanraking verdwenen. De cliënt leerde langzaam maar zeker dat aanraken niet alleen veilig, maar zélfs aangenaam kan zijn.

    2. “Ik moet op mijn hoede zijn.”
    Lisa (28 j.) is bang voor alleen zijn en voor mannen. Ze heeft vaak het gevoel achtervolgd te worden. Ze merkt op dat ze afstand houdt t.o.v. haar vader. Ze is bijna altijd erg op haar hoede, hetgeen haar erg beperkt in haar vrijheid en in het aangaan van sociale contacten. Ze voelt zich vaak in de steek gelaten.
    Sessie 1.   Jagerscultuur.
    Als vrouw is ze alleen bij haar hut. Haar man is op jacht. Ze hoort paarden aankomen en ziet wild uitziende mannen te paard. Ze probeert weg te komen, maar wordt opgejaagd. Uiteindelijk wordt ze omver gereden, meegesleurd, door een aantal mannen verkracht en vervolgens gedood.
    Sessie 2.   Huidige leven.
    Ze is 6 jaar en alleen in huis. Even later komt vader thuis, die haar tegen zich aantrekt en daarbij hevig hijgt. De hele atmosfeer beangstigt haar enorm. Vader doet zo raar en ze begrijpt niet wat er gebeurt. Ze roept om moeder, die niet verschijnt. “Als ik ze nodig heb, zijn ze er niet”, denkt ze. Als vader ophoudt met ‘raar doen’, moet ze naar bed; alleen. [Deze sessie heeft haar hevig geschokt; ze wist hier niets meer van en kan nu als volwassen vrouw wel zien wat daar volgens haar gebeurd moet zijn. Het is nog een hele kunst om haar te helpen emotioneel weer zó in evenwicht te laten komen, dat ze naar huis kan.]
    Sessie 3.   Toeschouwerleven.
    Ze komt in een leven, waarin ze het aanvankelijk fijn heeft met haar man. Geleidelijk aan wordt die man echter steeds ruwer. Als hij op een gegeven moment hun dochtertje gaat misbruiken, biedt ze eerst wel verzet, maar wordt dan zelf verkracht en mishandeld. Na een aantal keren, biedt ze geen verzet meer. Ze voelt zich verschrikkelijk machteloos. Na haar overlijden rest een knagend schuldgevoel, omdat ze haar kind niet voldoende heeft beschermd.
    Sessie 4.   Daderleven.
    Ze is nu een hij, een eenzame bediende. Hij betrapt in de kelder een dievegge, die hij mishandelt en verkracht. Daaraan houdt hij een knagend schuldgevoel over. Na zijn dood blijft het idee over dat hij hiervoor zal moeten boeten.

    Zo zijn alle symptomen aan bod gekomen. We hebben gewerkt aan het loslaten van angsten en conclusies die zich hadden vastgezet. Ze begrijpt nu dat ze niet hoeft te boeten. De verhouding met vader blijft een probleem, o.a. omdat hij blijft ontkennen. Ze wordt vrijer en opener en geeft duidelijk haar grenzen aan.

    3. Narcose-ingriffing.
    Frits bemerkt dat hij sinds een jaar of acht steeds dover wordt aan de rechterkant. De arts die niets kon vinden, heeft hem doorgestuurd naar een specialist, die ook geen oorzaak kan ontdekken en hem naar huis stuurt met: “Het zal wel psychisch zijn.” Sindsdien is het probleem geleidelijk verergerd. Tijdens het therapiegesprek schakelt hij van dit relaas plotseling over naar een darmoperatie die hij negen jaar geleden onderging. Mijn intuïtie zegt me dat ik daar moet zijn voor de wortel van dit probleem.
    Sessie 1.   Bewustzijnscomplicatie.
    In de sessie werken wij de narcose van die operatie door. De cliënt ervaart zichzelf als tegen het plafond hangend, terwijl onder hem zijn lichaam, omringd door doktoren en verpleegsters, op de operatietafel ligt. Er gaat van alles fout. Ze dreigen de patiënt te verliezen. Iemand wil hem al opgeven. Kortom, er is behoorlijke ‘paniek’. Je kunt je wel voorstellen in wat voor verwarring de geest van Frits moet verkeren. De uit-het-lichaam-ervaring op zich is al erg vreemd en de sfeer in de operatiekamer maakt het er niet beter op. Tenslotte wordt de professor (universiteitskliniek) er bij gehaald. Deze is ontzettend kwaad, omdat er allerlei fouten zijn gemaakt. Tijdens deze hele hectische toestand, maakt een kleine man rechts van zijn lichaam een aantal malen opmerkingen als: ‘Dit is niet voor zijn oren bestemd.’ ‘Dit mag hij niet horen.’ In de bewustzijnscomplicatie waarin Frits zich bevindt, is zijn rechteroor dit gaan vertalen in toenemende doofheid. Nadat Frits zijn boosheid t.o.v. ‘die kleine man’ heeft mogen uitleven, hebben we een aantal technieken toegepast om het rechteroor te reinigen van de ingegrifte ‘opdracht’. Hij bleek aan deze ene sessie genoeg te hebben om ook rechts weer normaal te kunnen horen.

    4. Aanhechting van vreemde energie (entiteiten als obsessoren).
    [ Vooraf: Sommige ‘geesten’ kunnen na het overlijden van het lichaam niet los komen van de aardse sfeer. Ze blijven hier rondhangen en kunnen zich aan een gebouw (‘klopgeest’) of een persoon (obsessor) hechten. Vooral mensen die eenzaam zijn, een negatief zelfbeeld hebben, of die hun eigen energieveld verzwakken door bijvoorbeeld overmatig alcohol- of druggebruik zijn hier vatbaar voor. Sommige dragers van vreemde energie merken die aanwezigheid op (bijv. stemmenhoorders), maar anderen hebben niets in de gaten en ervaren alleen een aantal van de negatieve gevolgen (bijv. psychose, in de war zijn, zelfverwonding, steeds zeer moe wakker worden). Soms veroorzaakt de energie van de ‘gast’ toenemende lichamelijke klachten. In gevallen als deze werk ik met die vreemde energie met evenveel respect en medeleven als met mijn ‘gewone’ cliënten. ]

    Stoelgang.
    Hans heeft een ernstig probleem. Hij kan nauwelijks poepen. Dat heeft hij nu een jaar of negen. Zijn huisarts heeft hem doorgestuurd naar een specialist en hoewel die niets kon vinden is hij geopereerd. Vergeefs. Daarna is hij doorgestuurd naar een psychiater, omdat het wel tussen de oren zou zitten. Die heeft hem ‘medicijnen’ voorgeschreven die zijn leven in een soort zombiebestaan veranderden. Daar is hij na twee jaar (met moeite vanwege het verslavend aspect) mee gestopt. De laatste jaren ziet zijn leven er als volgt uit. Hij staat om 5.00 uur op en zit dan met heel veel pijn een tot anderhalf uur op het toilet. “Dan heb ik dat gehad en kan ik tenminste de dag door; zij het met nog uren veel pijn.”
    Huiswerk.
    Aan het einde van het intakegesprek laat ik Hans gaan liggen en beurtelings zijn anus spannen en ontspannen. (Ik vond het erg vreemd dat nog niemand op dat simpele idee was gekomen.) Dat geef ik hem als oefening mee naar huis.
    [Omdat ik uit dat eerste gesprek ook andere signalen opving, besloot ik eerst uit te zoeken of er vreemde energie bij hem aankleefde.]
    Verkocht.
    Via Hans kom ik in contact met een jongetje (zijnde Hans' aangehechte entiteit) dat uit pure armoede door zijn ouders verkocht wordt. Hij moet mee met die mannen met die paarden, maar rukt zich los en keert terug naar vader, moeder en enige koters. Vader brengt hem opnieuw naar de mannen en zegt: “Hou hem nu goed vast!” Het jongetje rukt zich opnieuw los en als vader hem vastpakt, draait hij het kind om, geeft hem een schop onder zijn kont en zegt tegelijk: “Het kan niet anders.” De natuurlijke reactie op de schop is het samentrekken van de anusspieren en de shock waarin het kind toch al verkeert, zorgt er voor dat de uitspraak van vader zich met die verkramping verbindt en voor dat hele leven vastzet. Na het overlijden, zwerft hij zeer lange tijd maar wat wezenloos rond en komt bij mijn cliënt (Hans) terecht. Zijn probleem sijpelt langzaam door tot die zelfde verkramping het probleem van Hans wordt. Ik werk dat probleem met die ‘gast’ uit en help die naar ‘het licht’. Daarna zoek ik met Hans uit hoe het komt dat hij vreemde energie toelaat. Vervolgens gaat Hans met ander huiswerk naar huis. Twee weken later staat hij stralend op de stoep. Hij is (in twee consulten) van ‘zijn’ probleem af en dat is ook weggebleven.

    5. Lusteloos.
    Marla (23j.) is sinds het einde van haar pubertijd steeds lustelozer en zwaarmoediger geworden. Ze is verliefd op een jongeman die haar ten huwelijk heeft gevraagd, maar daar is ze, zonder te begrijpen waarom, erg bang voor. ’Daardoor’ stelt ze haar antwoord steeds uit.
    Sessie 1.   Uitgehuwelijkt.
    Ze ervaart zichzelf als een rijke jonge vrouw die wordt uitgehuwelijkt. Omdat ze haar ‘verloofde’ helemaal niet ziet zitten, weigert ze dit huwelijk. De enige uitweg is dan het klooster. Daar is ze bijzonder ongelukkig, vooral omdat dit niet haar ‘levenswens’ is. De ‘eindeloze’ sleur waarin ze terecht komt, maakt haar moe en futloos.
    Sessie 2.   Wegkwijnen.
    Dit keer is ze als jonge burgervrouw verliefd op een jongeman van rijke komaf. Ze onderhoudt met hem een geheime relatie. De vader van deze jongeling gebruikt zijn invloed om haar gevangen te laten nemen. Ze kwijnt dan langzaam weg in de gevangenis. Door de slechte verzorging en het gebrek aan menselijk contact zakt ze weg in een vage bewustzijnssliert, raakt bewusteloos en sterft, zonder dat ze daar enig besef van heeft. 
    Beide sessies verklaren de onbewuste angst voor een huwelijk. Het besef dat deze angst niet bij het huidige leven hoort, helpt haar om deze los te laten. Daarnaast hebben beide sessies een, wat wij noemen, hang-over-karakter (de sleur en tegenzin uit de eerste sessie en het wegzinken in een wazige onbewustheid uit de tweede). Vooral doordat ze volledig onbewust in het sterven wegglijdt, blijft de moeheid, de uitzichtloosheid, de zinloosheid voortduren. Het heeft a.h.w. nooit opgehouden. Exemplarisch is dat dit gevoel ongeveer op dezelfde leeftijd opkomt, als waarop het begonnen is zich vast te zetten in die vorige levens. Dit soort sessies is stroperig en vermoeiend en vereist een ander soort begeleiding. Het is vooral belangrijk dat doordringt dat het dáár, toen, is opgehouden.
    Na deze twee sessies durft ze haar ja-woord te geven en vindt ze haar levendigheid terug.